Wist u dat?

Aangifteprogramma IB 2009

Verstrekte leningen worden gezien als een ongebruikelijke terbeschikkingstelling

  April 2010

Een inmiddels overleden man en zijn echtgenote hebben in 2001 leningen verstrekt van in totaal fl. 200.000 aan een vof waarvan hun zoon met een derde vennoot is. In 2003 is de vof ontbonden en is de onderneming door de zoon voortgezet als eenmanszaak. Erflater en zijn echtgenote hebben de zoon en diens echtgenote vervolgens in 2003 een lening verstrekt van 50.000 euro. Erflater en zijn echtgenote hebben de leningen gefinancierd door hun eigen woning (verder) te bezwaren met hypothecaire leningen. In 2006 heeft de zoon de onderneming beëindigd, waarop de zoon is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

In geschil is of de door erflater en zijn echtgenote in 2001 en 2003 verstrekte leningen moeten worden aangemerkt als in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstellingen.

In dat geval is het verlies op de lening bij de ouders aftrekbaar

Gezien het feit dat de lening in 2001 niet alleen aan de zoon is vertrekt maar ook aan een derde, terwijl de ouders daar hun hypotheek voor hebben opgehoogd (terwijl er juist belang is om een huis onbezwaard te laten), acht de rechter de verstrekking in 2001 ongebruikelijk.

Het verlies is derhalve aftrekbaar. De lening in 2003 aan de eenmanszaak werd een prive-lening geacht die niet aftrekbaar was.


Nieuws in het kort