Verlengde navorderingstermijn 12 jaar toegestaan (maar inspecteur mag de zaak niet onnodig aanhouden) |
April 2010 |
De inspecteur stelt dat een
belastingplichtige een bankrekening in Zwitserland aanhoudt en heeft na hierover
met de belastingplichtige te hebben gecorrespondeerd navorderingsaanslagen
IB/PVV en VB met boeten opgelegd. In cassatie is in geschil of de verlengde
navorderingstermijn als bedoeld in artikel 16, lid 4, AWR in strijd is met het
EG-recht in geval van aanhouden van een bankrekening in Zwitserland, een
zogenoemd derde land.
De Hoge Raad stelt dat de 12
jaarstermijn niet in strijd is met enig rechtsbeginsel.
Ook dient na het verkrijgen van
aanwijzingen van het bestaan van de in het buitenland aangehouden spaartegoeden,
een tijdsverloop te worden aanvaard dat noodzakelijkerwijs is gemoeid met (i)
het verkrijgen van de inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de
verschuldigde belasting, en tevens (ii) het met redelijke voortvarendheid
voorbereiden en vaststellen van een aanslag aan de hand van de gegevens die de
inspecteur ter beschikking staan.
De belastingplichtige had bij het
Hof echter niet gesteld dat de inspecteur de vijfjaarstermijn verder heeft
overschreden dan noodzakelijk was. Het cassatieberoep wordt daarom ongegrond
verklaard.
|